submenu

Johan Verminnen - 01/05/2021

Van Wemmel naar de wereld

Op 22 mei wordt Johan Verminnen 70 jaar. Al meer dan vijftig jaar geleden sloeg hij zijn vleugels uit omdat hij zo graag de wereld wilde zien. Maar de herinneringen aan zijn tuin van Eden op de Merchtemsesteenweg 108 in Wemmel zijn nog levendig.

‘Het is toch raar om hier zo op mijn eentje te zitten’, zegt Johan Verminnen, die eerder aftelt naar het vaccin dan naar zijn verjaardag. ‘Optreden is er al even niet meer bij. De verjaardagsconcerten zijn verplaatst naar september. In afwachting is er de cd-box Johan Verminnen 70, met zeventig van mijn beste liedjes. En samen met journalist Karel Michiels heb ik een boek over mijn leven geschreven. Daar komt Wemmel natuurlijk in voor.’

Mooie dagen heet het boek. Dat is makkelijk om te onthouden.

Verminnen: ‘Al gaat het niet alleen om de mooie dagen. Alles van in het begin van mijn carrière komt aan bod. Zo gaat het bijvoorbeeld ook over de periode dat ik Zamu voor zangers en muzikanten oprichtte, om na jaren zwoegen tot het kunstenaarsstatuut te komen. Of over wat ik bij SABAM allemaal heb uitgericht of aangericht.’

Vanwaar heb je die neiging om ook organisatorisch aan de kar te trekken?

Verminnen: ‘Van mijn vader Jan. Hij werkte in Wemmel bij de gemeente en was een sociale man die geliefd was. Hij was een van de medestichters van de KWB (Katholieke Werkliedenbond). De KWB was sterk beïnvloed door Jozef Cardijn, de priester die een christelijke vertaling maakte van de waarden van het socialisme. Ik heb trouwens nog per ongeluk op de schoot van Cardijn gepist. (lacht) Je mag de strijd van mensen als mijn vader voor een beter arbeidersstatuut niet vergeten. Dat mijn vader niet meteen enthousiast was toen ik van muziek mijn beroep wilde maken, kwam natuurlijk omdat hij wou dat ik een echt vak leerde. Hij heeft nooit een huis gebouwd, maar al zijn geld in de studies van zijn kinderen gestoken. Dat was uitzonderlijk toen. En op café was vader natuurlijk fier op zijn kinderen.’

Je moeder Elisabeth Braeckmans was uit hetzelfde hout gesneden.

Verminnen: ‘Over haar heb ik mijn boek Prinses van het Pajottenland geschreven. Zij heeft haar goede manieren in Brussel geleerd, waar ze vanaf haar 14e diende bij de rijke familie Marivoet, waarvan de ongetrouwde dochter de boezemvriendin was van mijn moeder. Adrienne Marivoet heette zij. Er is onlangs een pad in Wemmel naar haar vernoemd, wat past bij haar, want zij schilderde landschappen en religieuze onderwerpen. In Brussel leerde mijn moeder ook de realiteit van de standen kennen en mededogen krijgen voor de mensen die het moeilijk hadden. Die waren er ook in Wemmel, want Wemmel was vroeger eigendom van rijke families, en de ontvoogding van gewone mensen is een lange strijd geweest.’

Waaraan denk je in de eerste plaats als je aan Wemmel denkt?

Verminnen: ‘Aan de grote tuin van mijn ouderlijke huis, op de plek waar nu de Chirolokalen gevestigd zijn. Zowel het huis op de Merchtemsesteenweg 108 waar ik ben geboren en opgegroeid als de tuin ervan waar alle kinderen uit de buurt ravotten, waren eigendom van mevrouw Marivoet, die de grond later aan de Chiro heeft geschonken. Nu hebben mensen tuinen die ze beschermen tegen de anderen, maar die tuin was van iedereen. We speelden er bijvoorbeeld poppenkast. De opbrengst schonken we aan de familie Hertecant, die een zoon hadden die missionaris was in China. In die tuin werd ook jaarlijks Vlaamse kermis gehouden. Hij betekende echt iets voor de gemeenschap.’

‘Verder denk ik aan de gemeenteschool, met een legendarische figuur als directeur De Neef, die je manieren probeerde te leren door met een liniaal op je knokkels te slaan. Gedenkwaardig was ook dat er op een bepaald moment twee klassen in het kasteel waren ingericht. Kan je je voorstellen wat voor paradijs dat was: een liniaal op je knoken en tegelijk zo’n uitzicht over het park?’

‘In het kleine amfitheater van het park heb ik ook voor het eerst toneel gezien, van het Reizend Volkstheater. Verheffing van het volk met stukken als Jeanne d’Arc.’

‘Als Chirojongen kwam je ook in het Hooghuis, al was het maar om de jeugdmis over te slaan en Rodenbach met grenadine te drinken. Nog een belangrijk café was Op ’t Hoeksken, waar de Brusselaars een boterham met plattekaas kwamen eten. O, wat verlang ik daar nu naar!’

‘En zelf heb ik natuurlijk gedurende een tweetal jaren Het Signaal opengehouden, samen met Henk Wouters. Een soort folkkroeg waar wij elke zaterdag mensen uit Engeland, Wales of Ierland uitnodigden die op tournee kwamen onder leiding van Leon Lamal, die zelf folkkroeg Mallemolen had in Hoeilaart, en die later mijn manager is geworden.’

Na het voorlaatste humaniorajaar in het Sint-Pieterscollege trok jij naar het conservatorium in Brussel. Met groepen als ’t Klaverke en Motten Drizzle had je al op heel wat podia gestaan, maar toen je in 1969 Ontdek de Ster won, was je definitief vertrokken. Toch was het Expo 58 die jouw horizon verruimde.

Verminnen: ‘Om mij een gitaar te kunnen kopen, had ik dankzij Sus Gazet – een naam als een trompet – ’s ochtends en ’s avonds na mijn schooltijd een krantenronde. Daardoor kwam ik ook in delen van Wemmel waar mensen Engelse, Duitse en Franstalige kranten lazen. Er was dus dat oude beschermende dorp, maar er was ook al dat nieuwe dat onder meer door de Expo tot bij ons kwam. De Expo speelde een rol in de rijkdom van de verkavelaars en de verdrukking van de authenticiteit, maar tegelijk maakte het evenement een opening naar de wereld. Zowel het dorp als de stad en de wereld trokken mij aan. Als het moest, ging ik te voet naar Brussel. Op mijn achttiende ben ik er definitief naartoe gevlucht. Vandaag zie ik in Hansbeke, waar ik nu woon, iets vergelijkbaars gebeuren als in het Wemmel van toen. Het wordt stilaan opgeslokt door Gent zoals Wemmel door Brussel.’

Mooie dagen. Een biografie van Johan Verminnen verschijnt op 14 mei bij Uitgeverij Houtekiet. De box met vier cd’s Johan Verminnen 70 is uit bij Universal. www.johanverminnen.be

 

Tekst: Michaël Bellon
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper mei 2021