submenu

Acteur Peter Van den Eede over Wemmel - 07/04/2021

Kampen, cafés en kameraden

De jaarmarkt is voor acteur en theatermaker Peter Van den Eede een vaste afspraak om terug te keren naar Wemmel en om vrienden van vroeger te ontmoeten. Maar vorig jaar ging die jaarmarkt niet door, dus we kunnen nu pas even bijpraten.

Wie kent de karakterkop, de droge humor, de karakteristieke stemmetjes, het gepassioneerde teksttheater en de gesmaakte rollen in films en televisiereeksen van Peter Van den Eede niet? Het gezelschap Compagnie De Koe, dat hij meer dan dertig jaar geleden mee oprichtte toert en tiert nog altijd welig. Op televisie heb je hem vast gezien in Van vlees en bloed of In de Gloria, in de cinema in Linkeroever en Dirty Mind. De eerste televisiereeks die hem bij een breed publiek bekend maakte, was waarschijnlijk Terug naar Oosterdonk. Maar op onze vraag keert de Brabander nu voor een nostalgische trip terug naar Wemmel, waar hij tot zijn 21e woonde.

Peter Van den Eede werd in 1963 geboren in het moederhuis in Merchtem, dat toen gevestigd was op de plaats waar nu het politiekantoor staat. Maar in Merchtem heeft hij nooit gewoond. ‘Ik heb altijd in Wemmel gewoond, tot in 1984. Mijn vader was van Malderen en mijn moeder van Buggenhout. Zij hebben elkaar op de trein leren kennen en zijn in 1950 getrouwd. Vader werkte in Brussel, eerst als bibliothecaris in de Koninklijke Bibliotheek, later als bibliothecaris van het parlement. Om makkelijker met het openbaar vervoer in Brussel te geraken, heeft hij uiteindelijk een stuk grond gekocht in de Hugo Verrieststraat. Dat moet rond 1954 geweest zijn. De enige voorwaarde die mijn moeder had gesteld was dat ze met één bus in Buggenhout moest kunnen geraken om haar lievelingstante te bezoeken.’

Kampenbouwer

De moeder van Van den Eede is in 2018 gestorven op 93-jarige leeftijd. Ze had nog twee dochters die twaalf en tien jaar ouder waren dan Peter, die dus een nakomertje was. Aan Wemmel heeft hij mooie herinneringen en veel vrienden overgehouden, ondanks een valse start in de kleuterklas van de Sint-Jozefschool. ‘De klaslokalen waren toen nog onder het SKC (Sociaal-Kultureel Centrum). Ik herinner me dat goed, omdat ik toen nogal gepest werd door één van de nonnen die er lesgaf. Ik kwam soms net te laat aan op school, maar kon daar als kleuter natuurlijk niets aan doen. Daar moet je de ouders op aanspreken, maar van de juf moest ik dan altijd een stoel gaan zoeken die er soms niet was, waardoor ik recht moest blijven staan. Dat was geen aangename periode. Maar één keer in de gemeentelijke basisschool in de Vanden Broeckstraat was alles veel beter. Met toffe meesters, die boomgaard daarrond …’

Kleine Peter was een fanatieke kampenbouwer die veel buiten speelde. ‘Wij maakten met vrienden kampen op de grond en in de bomen. Dikwijls met hout, hamers en nagels die we op een werf gingen pikken. Dat was het kattenkwaad dat je in die tijd uitstak om je tijd op een aangename manier door te komen. Ik herinner me ook nog de zomervakanties aan zaal Familia naast Mater Dei. Tot ik 12 jaar was, speelden we daar in de voormiddag begeleide spelletjes zoals estafette. In de namiddag was er vrij spel om nog meer kampen te bouwen.’

Van den Eede ging ook volleyballen. ‘Ik speelde graag en goed voetbal, maar mijn moeder vond dat te gevaarlijk. Daarom ben ik volleybal gaan spelen bij AVO Wemmel. In het begin was dat in het Arsenaal in de Vanden Broeckstraat, waar ze tussen de tractor, de bosmaaier en het andere gereedschap van de gemeentelijke groendienst net genoeg plek hadden vrijgemaakt voor een volleybalveld.

Logboek van vader

De oude vrienden van Van den Eede allemaal opsommen zou ons te ver leiden, maar wie zich aangesproken voelt: hij doet iedereen de groeten. Aan zijn voornemen de jaarmarkt te blijven bezoeken, gaat hij zich houden. De cafés waar zijn vrienden vroeger circuleerden, waren het Hooghuis, Het Signaal van Johan Verminnen, maar ook de Taveerne aan de Kaasmarkt, waar nu restaurant Pure Filet is gevestigd. ‘In de jaren 70 was dat de plek waar je moest zijn. Het was ongelooflijk wie daar allemaal kwam. Ook veel mensen van de BRT bijvoorbeeld. Het was een nachtkroeg die ’s avonds openging en pas ’s morgens sloot. Een progressief Vlaams huis ook. En de stamkroeg van mijn vader. Ik heb er de openingsdag in de jaren 70 meegemaakt (toen ik 8 jaar was) en de sluitingsdag in 2003. Mijn vader is gestorven in 1986 toen hij net geen 60 was, maar ik ben er altijd blijven teruggaan. Het was voor mij ook een manier om mijn vader terug te vinden. Bij de sluiting van de Taveerne heb ik er het logboek gekregen met de gedichten die mijn vader schreef toen hij daar zat.’

Tafeltje dek je

Van den Eede kwam uit een creatief nest, met een grootvader die protestliederen zong, nonkels die muziek maakten en nog een andere nonkel die schilderde. Hoe evolueerde hij zelf in de richting van het theater? ‘Mijn allereerste toneelstuk heb ik gezien in het eerste studiejaar in de turnzaal van de gemeentelijke basisschool. Op het kleine podium speelden ze Tafeltje dek je, ezeltje strek je. Ik was daar zo door betoverd dat ik wist: Dat wil ik ook doen! Ik tekende en schilderde ook, waardoor ik later nog getwijfeld heb tussen de academie en het conservatorium, maar uiteindelijk is het het conservatorium van Antwerpen bij Dora Van der Groen geworden. Dat was toen de meest vooruitstrevende school, omdat zij daar net de leiding had over de afdeling Drama en voormalige studenten had aangesteld als docenten. Iedereen kwam kijken naar het vernieuwende theater dat daar werd gespeeld.’

Op het moment dat café Op t’ Hoeksken in ons gesprek ter sprake komt, noemt Van den Eede nog een mentor die van cruciaal belang was voor zijn verdere loopbaan. ‘Ik heb twee jaar Moderne Talen gevolgd in de sportschool aan Campus Wemmel. Laurent Hubrecht gaf daar Frans. Een beetje zoals in de film Dead Poets’ Society, maar dan niet geromantiseerd. Een iconische figuur, superintelligent, supergeestig en zijn tijd vooruit. Ik leerde hem vooral in Op t’ Hoeksken kennen. Hij is mijn mentor en één van mijn beste vrienden geworden. Met hem heb ik verschillende stukken voor Compagnie De Koe geschreven.’

En daar houden de verhalen niet op. Zo was er ook nog de wateroverlast na de hete zomer van 1976, toen Van den Eede als tiener ging helpen om snel de aard appelen te oogsten, en hij met de tractor het veld op mocht. Of de taalstrijd die soms letterlijk werd uitgevochten tussen Franstaligen en Nederlandstaligen, waarna een omslag volgde en Van den Eede ook goede vrienden kreeg in Franstalige kringen. ‘Ik ben nostalgisch genoeg om hartzeer te hebben van al die mooie dingen die voorbij zijn gegaan, maar heb gelukkig ook genoeg relativeringsvermogen om er niet te droevig van te worden.’

info: www.dekoe.be

 

Tekst: Michaël Bellon
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper april 2021