submenu

Bert Gabriëls: stand-upcomedian en jurist - 02/02/2021

‘Over migratie wordt vaak naast de kwestie gesproken’

Stand-upcomedy in tijden van pandemie. Het klinkt als een onmogelijk huwelijk. Niet voor Bert Gabriëls. Hij ging op zoek naar nieuwe digitale manieren om humor aan de man en vrouw te brengen. Zijn live optreden in de Zandloper werd afgelast, maar gelukkig kon dit boeiend gesprek wel doorgaan.

Je eindejaarsconference verliep dit jaar niet in de zalen, maar via livestream. Ook voor jou was corona de spelbreker van dienst.

Bert Gabriëls: ‘Op 18 december hebben we de eindejaarsconference gestreamd. Er werd ook een televisieprogramma van gemaakt. Dat maakt dat het eindejaar een drukke periode was voor mij. Ook de voorbije maanden heb ik niet stilgezeten. Via zoom en andere onlinekanalen ben ik blijven optreden voor bedrijven en organisaties. Dat lukt aardig. Maar je mist de rechtstreekse reacties van het publiek. Het wordt een pak eentoniger. Ik wil dan ook zo snel mogelijk terug naar het oude normaal. Het gelach van mensen, ik mis het enorm.’

Wat heeft de coronacrisis met jou gedaan? Als comedian en als mens?

Gabriëls: ‘Het had een grote financiële impact. Mijn jaarinkomen als stand-upcomedian viel plots weg. Je compenseert dat door minder spullen te kopen. En dat viel, eerlijk gezegd, nogal mee. Want winkels waar je je geld kon uitgeven waren haast niet meer te vinden.’ (lacht) ‘De situatie heeft mij er toe aangezet om opnieuw als jurist te solliciteren. Ik heb vroeger heel wat kennis over migratiewetgeving opgedaan. Het kriebelt om daar opnieuw iets mee te doen. Eigenlijk was dat verlangen er al na mijn deelname aan het programma Terug naar eigen land. Het is dringend tijd dat we de mensen uitleggen wat er in de wereld echt aan de hand is. Het stoort me dat er nog zo vaak naast de kwestie gesproken wordt als het over migratie gaat.’

Wat stoort je vooral?

Gabriëls: ‘Dat mensen zo veel energie steken in ruzie maken, terwijl ze eigenlijk hetzelfde willen. Dat geldt zowel voor politici, experten als burgers. Het onderwerp ligt zo gevoelig dat het haast onmogelijk is geworden om een redelijk gesprek over de verschillende ideologische standpunten te hebben. Het wantrouwen regeert. Mensen zitten vast in de loopgraven van het eigen gelijk.’

Hoe kunnen we daaruit geraken?

Gabriëls: ‘Laten we het over het migratiebeleid hebben. Dat heeft weinig te maken met migranten leuk of niet leuk vinden. Als je het debat depersonaliseert, merk je dat de verschillen in standpunten veel kleiner zijn dan je denkt. Niemand is voor gesloten of open grenzen. Zoals ook niemand illegaliteit propageert. Waarom zou je dan over dat onderwerp polariseren? Dat verandert toch niets aan de situatie. Al die verspilde energie, zouden we die niet beter investeren in iets constructiefs? Zoals het aanreiken van kansen aan onze nieuwkomers. Wie kan daar nu tegen zijn?’

 

Voelt het niet raar om de switch van comedian naar jurist te maken?

Gabriëls: ‘Helemaal niet. Ik ben met theater begonnen op mijn 16e. Ook tijdens mijn loopbaan als jurist ben ik toneel blijven spelen. Mijn ervaring als comedian helpt me trouwens om complexe juridische zaken eenvoudig uit te leggen.’

Weet je nog waarom je op je 18e besloot om jurist te worden?

Gabriëls: ‘In die tijd was dat heel eenvoudig. Kon je goed rekenen, dan werd je aangemoedigd om ingenieur of arts te worden. Ik was allesbehalve goed in wiskunde. Gelukkig beter in taal. Ik kreeg dan ook het advies om rechten te studeren. Achteraf bekeken ben ik er niet rouwig om. Het is een opleiding die je helpt om onze samenleving beter te begrijpen en je kan er veel richtingen mee uit.’

Je bent voogd van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Wat drijft jou om dat te doen?

Gabriëls: ‘Het is een ervaring die ik iedereen kan aanraden. Eigenlijk ben je een soort gids die de minderjarige begeleidt bij de terugkeer naar zijn thuisland of bij het uitbouwen van een toekomst in België. Je wil er vooral achter zien te komen wat de jongere wil. Zodra dat duidelijk is, ga je kijken of dat effectief mogelijk is en hoe dat gerealiseerd kan worden. Het zijn vaak fijne contacten die je opbouwt.’

‘Thuis was het motto: zie je werk, steek je handen uit de mouwen. Zie je iemand in nood, dan help je die’

Doe je dit vanuit een bepaald engagement?

Gabriëls: ‘Ik hou niet zo van het woord engagement. Zelf ben ik opgegroeid in een boerenfamilie. Thuis was het motto: zie je werk, steek dan de handen uit de mouwen. Dat pasten we ook toe als we op het erf van een andere boer waren. Had die hulp nodig, dan gingen we aan de slag. We dachten er niet bij na. Het is een ingesteldheid waarmee je in het leven staat. Is er iets stuk, dan herstel je het. Zie je iemand in nood, dan help je die.’

In een van je vorige shows De Gelukzoeker zoek je uit of het mogelijk is om gelukkig te zijn in deze wereld.

Gabriëls: ‘Voor die show heb ik heel wat boeken gelezen over geluk. Ik was op zoek naar een originele visie over ‘gelukkig zijn’. En ik denk ze gevonden te hebben bij Nicolaas van Cusa. Hij is een theoloog uit de 12e eeuw. Voor hem is geluk een daad die je stelt. De opperste vorm van gelukzaligheid is volgens hem wanneer je erin slaagt naar de wereld te kijken vanuit alle mogelijke invalshoeken. Als je je blik dusdanig kan verruimen, lacht het geluk je toe.’

Hoe zal je je 2020 blijven herinneren?

Gabriëls: ‘Eigenlijk heeft het voorbije jaar me goed gedaan. Corona heeft me ertoe aangezet om keuzes te maken waartoe ik anders pas veel later gekomen zou zijn. Ik hoop dat het ook voor onze samenleving een wake-upcall is. De crisis voelt als een crash, maar maakt ook helder wat essentieel en bijkomstig is. Laten we onze tijd en energie in het nieuwe jaar dan ook benutten voor de dingen die er echt toe doen.’

Wat hoop je dat 2021 zal brengen?

Gabriëls: ‘Mijn innige wens is dat de zalen terug opengaan. Dat wens ik alvast voor mezelf en mijn publiek. Ik kijk ernaar uit om terug op de planken te staan. Daar voel ik me thuis en kan ik doen wat ik voel dat ik moet doen. Ook dat is geluk.’

De voorstelling De Gelukzoeker is te bekijken via streamz.

 

Tekst: Nathalie Dirix
Foto: Tine De Wilde
Uit: zandloper februari 2021