submenu

Pater Hertecant is terug na zes decennia Hongkong - 01/11/2020

Voorbestemd voor missionariswerk

Bijna 60 jaar lang woonde gewezen Wemmelaar Willy Hertecant in Hongkong. Hij was er missionaris voor de paters van Scheut en werkte er in een school. ‘Ik wilde de handen uit de mouwen steken.’ Een terugblik met deze goedlachse pater.

Hij vertelt het met een knipoog, maar eigenlijk was Willy Hertecant (86) al van bij zijn geboorte voorbestemd om missionaris te worden. ‘Ik ben geboren in Dendermonde’, vertelt hij. ‘Bij de Onze-Lieve-Vrouwekerk staat een standbeeld van Pieter-Jan De Smet. Die was in de negentiende eeuw missionaris bij de indianen in Missouri, in de Verenigde Staten. Dat was een teken dat missiewerk ook mijn toekomst was.’ (lacht)

Hertecant groeide samen met zijn twee oudere broers op in Berlare, tot het gezin na de oorlog naar Wemmel verhuisde. ‘Eerst woonden we op de Windberg, nadien op de Rassel. Mijn vader had een garage en had later een busbedrijf: De Zwaluw. Hij maakte zelfs een eigen bus, gebouwd op een Engels onderstel. Het stuur stond dus rechts, aan de foute kant. Mijn vader reed in Wemmel rond met de schoolbus, en mijn moeder moet misschien wel een van de eerste vrouwen zijn geweest die met een bus kon rijden.’

Voeten op de grond

Op zijn achttiende begon Hertecant aan zijn religieuze loopbaan, in het noviciaat van de congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria (beter bekend als de paters van Scheut) in Zuun. Zes jaar later werd hij tot priester gewijd. Nog eens een jaar later vertrok hij vanuit Marseille ‘op missie’. ‘Toen ik kind was, wilde ik dokter of schrijver worden’, zegt Hertecant. ‘Maar ik was daar niet slim genoeg voor, vond ik. Al snel wist ik dat ik priester zou worden. Ik was lid van de KSA in het Sint-Pieterscollege van Jette en van de Chiro in Wemmel. Enkele van de leiders waren naar het seminarie gegaan. Ook de proosten van de KSA en de onderpastoor van Wemmel waren interessante, inspirerende mannen. Ik heb gekozen voor de scheutisten, omdat zij met de voeten op de grond staan. Ik wilde iets doen, het verschil maken.’

Na een boottocht van enkele weken kwam Hertecant – op zijn 25e – aan in Azië. Zijn eerste post was in het toen- malige Formosa, vandaag Taiwan. ‘Eigenlijk was China mijn eerste keuze. Dat land sprak me enorm aan, door de eeuwenoude beschaving en cultuur. Maar toen werd mij gevraagd om naar Japan te gaan. Ik heb twee jaar Japans gestudeerd, maar uiteindelijk zei men mij kort voor mijn vertrek dat ik naar de nieuwe missiepost in Formosa moest gaan, omdat ze daar mensen nodig hadden. Ik heb daar twee jaar gewoond en gewerkt, tot ik in 1961 naar Hongkong mocht gaan. Voor de school waren ze op zoek naar een leraar Engels.’

Dat was het begin van een verblijf van ruim 55 jaar in Hongkong. Deze Chinese havenstad was lange tijd een Britse kroonkolonie, maar maakt sinds 1997 deel uit van de Volksrepubliek China – zij het wel met een eigen, democratischer rechtssysteem. Hertecant zag het gebied veranderen van een vissersstadje tot een metropool waar de ene wolkenkrabber nog hoger is dan de andere. ‘Ik werkte in de school op Rennie’s Mill, een heuvel waar mensen – vooral soldaten van de Kwomintang (de politieke partij met leger die tegen het communistische regime in China vocht, red.) – in barakken leefden. We begonnen klein, met een primitief schooltje, maar op den duur konden we toch een moderne school bouwen waar tot driehonderd leerlingen op internaat zaten. Iedereen uit het dorp was welkom. Na een tijdje kwamen er ook kinderen van uit de stad, omdat ze wisten dat je bij ons goed en goedkoop onderwijs kon volgen.’

Dia’s en filmpjes

Af en toe mocht Hertecant naar zijn familie in Wemmel terugkeren. De eerste keer was pas na zeven jaar. ‘Nadien kon het iets vaker, om de vijf  of om de drie jaar. Van telefoneren naar huis was geen sprake. Ik schreef brieven en stuurde dia’s en filmpjes op. Zo bleef ik in contact met het thuisfront. In Wemmel werden trouwens acties georganiseerd om geld in te zamelen voor de missiewerking in Hongkong. Mijn moeder verkocht wafels voor de missie. Ze moet er duizenden gemaakt hebben. Ze mixte het beslag met een cementmixer. Als ik in Wemmel was, ging ik soms ook in de scholen spreken over Hongkong. Dat deed ik eigenlijk niet zo graag, want ik ben nogal bedeesd.’

Azië was toen nog meer dan nu ‘het einde van de wereld’, en voor de meeste mensen een grote onbekende. ‘Tijdens mijn opleiding heb ik veel gelezen over Azië’, vertelt Hertecant. ‘Over de geschiedenis en de cultuur. Door de taal en het klimaat – in de winter is het er koud, in de zomer vochtig en heet – was het niet gemakkelijk. En dan zijn er nog de taifoens. Meer dan eens zijn de schamele huisjes van de mensen gewoon weggeblazen en weg- gespoeld door de hevige orkaanwinden en regenbuien. Maar ja, je zit daar, dus  je moet er mee leren omgaan.’

Prachtige natuur

Tot drie jaar geleden was Hertecant supervisor in de school. Hij deed er ook parochiewerk, tot hem gevraagd werd om terug naar België te keren. Hertecant woont nu in Leuven, in een huis van de congregatie waarin missionarissen uit Azië verblijven als ze weer in ons land zijn. Ook Aziaten die in ons land een priesteropleiding krijgen, verblijven er. ‘Ik werk hier nu in de bibliotheek. Via mail hou ik contact met de mensen daar. En ik lees ook krantenartikelen over de regio.’

De voorbije twee jaar kwam Hongkong geregeld in het nieuws, door protesten tegen geplande hervormingen van het rechtssysteem. Demonstranten werden vaak hardhandig door de politie aangepakt. ‘De mensen zijn bang’, zegt Hertecant. ‘Het doet pijn om al die berichten te lezen.’ Toch bewaart Hertecant mooie herinneringen aan Hongkong. ‘Op zondagen en in vakanties gingen we met de kinderen vaak wandelen in de bergen. De natuur is er prachtig. Daar denk ik met plezier aan terug.’

 

Tekst: Wim Troch
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper november 2020