submenu

Adrienne Marivoet krijgt straatnaam in Wemmel - 01/09/2020

Meer vrouw op straat

De Adrienne Marivoetweg. Zo klinkt de nieuwe straatnaam die de gemeenteraad van Wemmel, in het kader van ‘Meer vrouw op straat’, indiende bij de Vlaamse overheid. Wie was Adrienne Marivoet? Lut Verminnen – de zus van – geeft antwoord op die vraag.

Wat was jouw relatie met Adrienne Marivoet?

Lut Verminnen: ‘Mijn moeder, Elisabeth Braeckmans, heeft vele jaren als dienstmeisje gewerkt bij het gezin Marivoet in Brussel. Adrienne was enig kind en had ongeveer dezelfde leeftijd als mijn moeder. Het klikte bijzonder goed tussen hen. Met de jaren is er een diepe vriendschap ontstaan. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, is de familie Marivoet in haar buitenverblijf op de Windberg in Wemmel komen wonen. Mijn moeder is hen gevolgd. Het is trouwens daar dat ze mijn vader, Jan Verminnen, heeft leren kennen. Hij was de tuinman van mijnheer en mevrouw Marivoet.’

‘Adrienne was geen familie in de letterlijke zin van het woord. Maar voor mij was ze als een tante. Ik zag haar graag. Zij was ons nouchke. Ze heeft veel voor ons gedaan. Ze verruimde mijn blik op de wereld door me regelmatig naar Brussel mee te nemen. Daar gingen we voor haar schildergereedschap kopen, en ondertussen leerde ze me de mooie plekjes van de hoofdstad kennen.’

Welk beeld van haar is jou het meest bijgebleven?

Lut: ‘Adrienne zag dolgraag kinderen. Zelf heeft ze nooit kinderen gehad, maar ze straalde als er kinderen in de buurt waren. Dat zag je ook toen onze kinderen, de kleinkinderen van mijn moeder, er kwamen. We konden altijd een beroep op haar doen om te komen babysitten. Wat kon ze ervan genieten om ons of onze kinderen te tekenen of te schilderen.’

Er hangen bij jou veel schilderijen van haar. Hoe was Adrienne Marivoet als kunstenares?

Lut: ‘Al voor de oorlog uitbrak, genoot ze een bepaalde internationale bekendheid. Tijdens de wereldtentoonstelling van Brussel in 1935 kreeg ze zelfs de Gouden Medaille. Toch was de kunstenaarswereld niet meteen haar ding. Ze trad niet graag in de schijnwerpers. Ze werkte liever in stilte.’

Welke onderwerpen zette ze zoal op doek?

Lut: ‘Dat waren vaak religieuze onderwerpen. Ze was heel goed in het illustreren van doop- of communieprentjes, en ze heeft ook mooie dingen in onze poëzieboeken en in die van onze kinderen geschilderd. Die gingen gepaard met een tekst die ze erbij schreef. Ook daaruit bleek dat ze heel gelovig was.’ Lut haalt er de poëzie van haar zus bij en leest een tekst voor die door Adrienne Marivoet is ondertekend: ‘Ik ben geheel de uwe, oh Maria. En al het mijne is het uwe. Voor God alleen bloeit het edelweissje op de toppen van de bergen. Voor God alleen bloeiden de schone deugden van Maria. Gij ook, Estelleke lief, blijf steeds het kindje Gods.’

Hoe zou je haar karakter omschrijven?

Lut: ‘Ze was een zelfstandige vrouw. In die tijd was het geen evidentie om als kunstenares door het leven te gaan. Ze is nooit getrouwd geweest. Wel was ze verliefd op een kunstenaar, maar die liefde heeft niet mogen zijn, want de man viel niet in de smaak bij haar ouders. Ik denk dat dit een persoonlijk drama voor haar is geweest. Nochtans heeft ze daar nooit iets over gezegd.’

Weet je wat de band tussen jouw moeder en Adrienne zo sterk maakte?

Lut: ‘Het klikte gewoon tussen hen. Ik denk dat Adrienne het ook erg waardeerde dat mijn moeder zo goed voor haar ouders heeft gezorgd. Mijn mama heeft dat tot op het einde van hun leven gedaan. Zowel voor mevrouw Marivoet die aan astma leed, als voor mijnheer Marivoet die diabeet was en die daardoor op oudere leeftijd twee benen verloor.

Adrienne was erkentelijk voor de dienstbaarheid en loyaliteit van mijn moeder. Er is zelfs een testament waarin ze verklaart dat haar huis in Wemmel naar mijn ouders moest gaan. Maar die wens is niet kunnen doorgaan.’

Hoe komt dat?

Lut: ‘De laatste 10 jaar van haar leven heeft ze in Gooik doorgebracht. Gedreven door haar geloof is ze de pastoor van Wemmel, die naar Gooik trok, gevolgd. Samen met een verpleegster en de pastoor deelden ze er een huis. We zijn haar daar nog gaan bezoeken, maar kwamen er achter dat we er niet welkom waren. Toen ze in 1978 ziek werd en in het ziekenhuis van Halle was opgenomen, zijn mijn moeder en ik nog bij haar geweest. Ze was er slecht aan toe. Het is me altijd bijgebleven dat ze mijn moeder tijdens dat bezoek toevertrouwde dat ze dacht een stommiteit begaan te hebben. Toen ze een tijdje later overleed, vernamen we bij de notaris dat er een nieuw testament was dat bepaalde dat al haar bezittingen naar de pastoor gingen. Mijn moeder heeft daar nooit een bitter woord over gezegd. Ze is altijd met veel liefde over Adrienne blijven spreken. Tot haar laatste dag is ze haar beste vriendin graag blijven zien. Mijn moeder is 102 geworden.’

Wat zou Adrienne ervan vinden dat een Wemmelse straat naar haar wordt genoemd?

Lut: ‘Ze streefde geen roem na. Als ze dat gewild zou hebben, had ze beroemder kunnen zijn. Ze was een eenvoudige vrouw die liever in het gezelschap vertoefde van de mensen die ze liefhad, dan van burgers met belangrijke titels. Uiterlijk vertoon was niet aan haar besteed. Toch vind ik het positief dat de straat die haar naam draagt, in Wemmel ligt. In Gooik heb je de Adrienne Marivoetwandeling. Maar haar echte thuis lag in Wemmel, niet in Gooik.’

Wat moeten de mensen die Adrienne niet gekend hebben van haar onthouden?

Lut: ‘Dat ze een groot hart voor kinderen had. Als ze langskwam, had ze altijd iets bij. Een snoepje of een tekening die ze gemaakt had. Ze kon ons daar heel blij mee maken. Ze heeft trouwens een stuk grond aan de Chiro geschonken: het huidige Chiroplein aan de Raedemaekerslaan in Wemmel.’

Wat betekent Adrienne vandaag nog voor jou?

Lut: ‘Ze heeft veel voor ons gezin betekend. Het zou me niet verwonderen als ze mijn moeder aangemoedigd heeft om mij hogere studies te laten doen. In ons gezin waaide een artistieke wind, ook daar zit Adrienne ongetwijfeld voor iets tussen. Zij stimuleerde ons om iets met onze talenten te doen. Om het beste in ons naar boven te laten komen. Maar wat me het meest bijblijft, is dat ze me al op jonge leeftijd meenam naar Brussel. Zij heeft mijn liefde voor Brussel aangewakkerd. Door haar heb ik Brussel echt leren kennen.’

Tekst: Nathalie Dirix
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper september 2020