submenu

Wijken in Wemmel: Bouchout - 01/05/2020

Groene wijk met eigen vereniging

In het noordoosten van Wemmel ligt Bouchout, de groenste en duurste buurt van de gemeente. Dat maakt de wijk nog niet buitengewoon bijzonder. Wat ze wel uniek maakt, is haar rijke geschiedenis, en de vereniging waar elke huiseigenaar van Bouchout verplicht lid van is.

De geschiedenis van ‘Bouchout’ (soms ook als ‘Boechout’ geschreven) gaat terug tot de 12e eeuw. De naam verwijst vermoedelijk naar het beukenbos van weleer. Aan de Bosch heb je de Amelgemmolen, die kan bogen op een geschiedenis van acht eeuwen, maar natuurlijk heb je ook het kasteel van Bouchout. Op verschillende middeleeuwse kaarten is de feodale burcht te vinden. Die burcht werd talloze keren verbouwd, tot de neogotische waterburcht die het kasteel nu is. De stoere vierkante donjon – van rond 1300 – herinnert nog aan de verdedigende functie die de burcht ooit had. Het kasteel was immers een voorpost van de hertogen van Brabant in de strijd tegen de heren van Grimbergen. Hoewel het kasteel van Bouchout vandaag eigenlijk in Meise ligt, speelt Bouchout dus een belangrijke rol in de Wemmelse  geschiedenis.

Moeras

De laatste zestig jaar is het kasteel van Bouchout het centrale punt van het ‘Agentschap Plantentuin Meise’, tot voor enkele jaren de ‘Nationale Plantentuin van België’. Tussen haakjes: ook al hebben we het over de ‘Plantentuin van Meise’, zo’n kwart van het domein ligt op Wemmels grondgebied. Het kasteel heeft veel markante bewoners gehad, maar prinses Charlotte is zonder twijfel de opvallendste. Deze zus van koning Leopold II was keizerin van Mexico, tot haar man – Maximiliaan, aartshertog van Oostenrijk – er in 1867 door een vuurpeloton gefusilleerd werd. Van 1879 tot haar dood in 1927 woonde ze in het kasteel, dat koning Leopold II voor haar had gekocht. Hij voegde het domein van Bouchout samen met dat van het kasteel van Meise. Eén groot park in Engelse stijl werd aangelegd. Enkele jaren na de dood van Charlotte kocht de Belgische staat het kasteel, met de bedoeling om op een deel van het domein de Nationale Plantentuin – die toen nog in de huidige Kruidtuin aan de Koningsstraat in Brussel gevestigd was – uit te bouwen. In 1958 opende de nieuwe Plantentuin zijn poorten. Op het deel van het domein van Bouchout dat sindsdien niet tot de Plantentuin behoort, is een woonwijk ontwikkeld.

Je vindt er de statigste villa’s op grote percelen, niet zelden omzoomd met een hoge haag. Bouchout is de typische villawijk voor pendelaars die in Brussel werken, zoals je ze in de hele rand rond onze hoofdstad kunt vinden. Maar anders dan in de meeste forensenwijken, is er in Bouchout wel een verbondenheid tussen de bewoners. Niet alleen omdat velen lid zijn van een WhatsAppgroep om elkaar te waarschuwen over verdachte activiteiten in de wijk, maar ook omdat alle huiseigenaars verplicht lid zijn van de ‘Vereniging van Eigenaars van het Domein Bouchout-Meise’.

‘Om dat te begrijpen moeten we in de tijd teruggaan’, vertelt buurtbewoner Patrick De Schutter. Hij is voorzitter van de vzw die de vereniging beheert. ‘Tot in de jaren vijftig was het domein van Bouchout een moerassig gebied. Het deel van het domein dat niet tot de Plantentuin zou behoren, kwam in handen van de adellijke families van Gysel en Dansette. Het was een groot gebied, maar er was eigenlijk niet zo veel mee aan te vangen.’

De wereldtentoonstelling van 1958 bracht een oplossing. Twee tot drie jaar lang zouden duizenden arbeiders die de paviljoenen moesten bouwen ergens moeten worden ondergebracht. Het terrein was ideaal om barakken voor de bouwvakkers op te plaatsen. De families van Gysel en Dansette stelden hun grond ter beschikking, maar daar stond iets tegenover. ‘Er werd een deal met de overheid gesloten: na Expo 58 werden er wegen aangelegd, waterleidingen, rioleringen en elektriciteit zodat er snel gebouwd kon worden.’

Begin jaren zestig werden de eerste percelen als bouwgrond verkocht. De nieuwe wijk had – aan het begin van de veelbelovende golden sixties – heel wat troeven. De wijk was gunstig gelegen: met de auto stond je in die tijd op tien minuten op de Grote Markt van Brussel, waar je toen nog ongehinderd kon parkeren. Met de aanleg van de ‘Parkway’, een groene strook langs de J. B. Van Gijsellaan, kreeg de wijk ook een aangenaam park. ‘Van in het begin gold de verplichting bij de aankoop van een stuk grond dat er elk jaar een vergoeding betaald moet worden voor het onderhoud van het groen in de wijk, in ruil voor het exclusieve gebruiksrecht. Die verplichting staat in de notariële akte van elk huis. Om dat een beetje deftig te regelen, werd een vzw opgericht.’

Statig karakter

De vzw controleert of alle eigenaars hun bijdrage betalen. ‘Hoe groter het perceel, hoe groter de bijdrage. En wie dichter bij de Parkway woont, betaalt ook meer’, legt De Schutter uit. De Bouchoutse vereniging is uniek in België. Er gelden strikte bouwvoorschriften in de wijk, die vandaag bij de verkoop van de woningen nog steeds worden opgenomen in de notariële akten. ‘Losstaande garages of bijgebouwen mogen niet. En om het statige karakter  van de wijk te behouden, moet er minstens tien meter zijn tussen  de woning en de perceelgrens. Dat wil dus zeggen dat er tussen  twee huizen minimaal twintig meter zit. De huizen mogen bovendien maximaal één bouwlaag boven de gelijkvloerse verdieping hebben.’

Die regeling geldt voor de ongeveer 320 huizen die in de rechthoek tussen de Plantentuin, Campus Wemmel, de Amelgemmolen en de A12 liggen. De voorschriften zijn niet van toepassing op de huizen in ‘Nieuw-Bouchout’, tussen de Neerhoflaan en de Bosch. ‘Oud-burgemeester Jos Geurts (Geurts was burgemeester van Wemmel van 1964 tot 2000, red.) woonde in de later verkavelde wijk en wilde dat het prestige van het oorspronkelijke Bouchout ook op zijn buurt afstraalde. Hij gaf de buurt de naam ‘Nieuw-Bouchout’, maar strikt genomen hebben die straten niets met het domein van Bouchout te maken’, besluit De Schutter.

Tekst: Wim Troch
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper mei 2020