submenu

MENSEN - warme verhalen - 27/03/2018

Jessy Van Steenbrugge

‘Ik ben doof, maar ik zie alles’ 35 jaar geleden is Jessy Van Steenbrugge doof geboren. Of zij doof zijn als een beperking ziet? ‘Ik ben doof, maar zie alles’, zijn haar woorden. De toon van het gesprek is gezet. Het woord is aan een dame die weet wat ze wil en er ook voor gaat.


Je hebt een druk leven. Je werkt fulltime op de administratieve dienst van de gemeenteschool en bent ook moeder van 3 jonge kinderen. Hoe combineer je dat allemaal?

Jessy: ‘Het is een bewuste keuze om een actief leven te leiden. Ik wil deelnemen aan de samenleving en met mensen in contact komen. Hoe belangrijk mijn gezin ook is, ik wil de wereld buiten ons gezin verkennen. Ik ben ook voorzitter van Doof & Gezin, een oudervereniging die horende en dove ouders van dove en horende kinderen verenigt zodat ze hun ervaringen kunnen uitwisselen en van elkaar kunnen leren. Dat ik dat allemaal kan combineren, komt voor een groot stuk doordat mijn man en ik elkaar heel goed aanvoelen en perfect overeenkomen. We zijn allebei doof en hebben er bij de geboorte van onze eerste baby meteen voor gekozen om onze horende kinderen tweetalig op te voeden. Thuis communiceren we met onze kinderen in gebarentaal. Buiten ons gezin spreken onze kinderen Nederlands. Het kan raar klinken, maar voor hen is het de normaalste zaak van de wereld om met ons via gebaren te communiceren. Al als baby gaven ze ons spontaan via gebaren aan wat ze van ons wilden.’

Hoe heb je je echtgenoot leren kennen?
Jessy: ‘We kennen elkaar van in de dovenschool in Sint-Lambrechts-Woluwe, waar we allebei lager onderwijs volgden. Daarna zijn onze wegen een tijdje uit elkaar gegaan, tot we elkaar op latere leeftijd opnieuw ontmoetten in een school in Brugge. We trokken toen veel met elkaar op, maar vormden nog geen stel. De vonk is pas overgeslagen toen ik 21 jaar was.’


Hoe bevalt het gezinsleven je?
Jessy: ‘Sinds we kinderen hebben, hebben we minder tijd voor elkaar. Als ouders hebben we veel verantwoordelijkheden die we samen zo goed mogelijk willen opnemen. Na al die jaren zijn we nog altijd elkaars beste vriend. We vullen elkaar ook goed aan. Ik durf te veel hooi op mijn vork te nemen, maar Andy wijst me er dan op een versnelling lager te gaan. Het is zijn manier om me te beschermen.’

Hoe voelt het om als dove persoon in de wereld van horenden te leven?
Jessy: ‘Ik ben altijd nieuwsgierig geweest en wilde de wereld verkennen. Ik wou zeker niet in een cocon terechtkomen. Met anderen kunnen communiceren is voor mij zeer belangrijk. Dat er bij dit gesprek een tolk aanwezig is, maakt dat wij een volwaardig gesprek kunnen voeren. Jammer genoeg heb je als dove persoon vandaag enkel recht op 36 tolkuren per jaar. Dat is minder dan één uur per week. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de communicatie tussen doven en horenden vaak stroef verloopt en tot misverstanden kan leiden.’

Zijn er tips die je horenden wil meegeven?
Jessy: ‘Vaak zie ik dat mensen zich onwennig voelen als ze merken dat ik doof bent. Eerst en vooral is het belangrijk om te weten dat doof zijn je denken niet beïnvloedt. Het is niet omdat je niet kan horen dat je niet kan denken. Daarnaast zou ik willen benadrukken dat communiceren met dove personen perfect mogelijk is. Wil je iets zeggen, schrijf het op. Stuur een sms of een e-mail. Gebaren en oogcontact kunnen ook helpen. Geef vooral niet op om met een dove persoon te communiceren. Met wat extra inspanning kunnen we elkaar best begrijpen.’

Hoe verloopt het contact met je horende collega’s?
Jessy: ‘In het begin was het even wennen, maar dat heeft niet lang geduurd. Ik gaf ook aan dat ik wilde communiceren met hen. Gelukkig beschikken we vandaag over heel wat media die de communicatie zonder geluid mogelijk maken. Het is trouwens niet omdat ik niet hoor dat ik niet alles zou zien. Uit iemands lichaamstaal kan ik veel meer afleiden dan je denkt. Met woorden kan je liegen. Met body language is dat veel moeilijker. Als ik ergens ben, slorp ik veel informatie op met mijn ogen. We zijn erin getraind om onze andere zintuigen zo optimaal mogelijk in te schakelen. We voelen bepaalde zaken snel aan.’


Zie jij verschillen in de cultuur van dove en horende mensen?

Jessy: ‘Je kan zeker van een andere cultuur praten. Wist je dat dove mensen veel gemakkelijker over seks praten? Bij horende mensen ligt dat onderwerp nogal moeilijk, maar bij ons is het normaal om daar ongeremd over te praten. Wat ik ook vaststel, is dat we rustiger en minder opgejaagd in het leven staan. Eten we ’s avonds een uur later dan gepland, dan maken we ons daar niet druk over. Iets wat niet tot onze cultuur behoort, is dansen. Maar dat betekent niet dat we niet onnozel of gek kunnen doen. Als de sfeer onder doven goed is, verliezen we snel de tijd uit het oog. We kunnen uren in elkaars gezelschap doorbrengen, terwijl we met elkaar kletsen en gekscheren.’

Heb je dromen die je wil realiseren?

Jessy: ‘Ik zou met mijn echtgenoot graag dovenorganisaties in ontwikkelingslanden oprichten. Ik ben ervan overtuigd dat we daar dove personen mee kunnen helpen om uit hun isolement te treden en kunnen bijdragen tot hun empowerment. Mensen moeten ondanks hun beperking in zichzelf kunnen geloven. Ik heb het geluk fiere ouders te hebben die doof zijn nooit gezien hebben als iets waarvoor je je hoeft te schamen. Waarom zou je ook? Je bent zoals je bent. Focus niet op wat je niet kan, maar ga voluit voor wat je wel kan. Als we die benadering bij andere dove mensen in landen met minder omkadering kunnen overbrengen, zou dat – naast mijn gezin – een andere droom zijn die ik heb kunnen waarmaken.’

Nathalie Dirix

      Zeg je 'ja' tegen meer tolkuren voor doven? Surf voor 1 april naar www.geenpretjezondertolk.be en steun de crowfundactie.

 

‘Ik ben doof, maar ik zie alles’

35 jaar geleden is Jessy Van Steenbrugge doof geboren. Vandaag werkt ze fulltime op de administratieve dienst van de gemeenteschool en is ze moeder van 3 jonge kinderen. ‘Mijn man en ik zijn allebei doof en hebben ervoor gekozen om onze horende kinderen tweetalig op te voeden. Thuis communiceren we met onze kinderen in gebarentaal. Buiten ons gezin spreken ze Nederlands. Voor hen is het de normaalste zaak van de wereld om met ons via gebaren te communiceren. Al als baby gaven ze ons spontaan via gebaren aan wat ze wilden.’
Bij dit gesprek is een tolk aanwezig. ‘Jammer genoeg heb je als dove persoon vandaag enkel recht op 36 tolkuren per jaar. Dat is minder dan één uur per week. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de communicatie tussen doven en horenden vaak stroef verloopt en tot misverstanden kan leiden.’ Zeg je 'ja' tegen meer tolkuren voor doven? Surf voor 1 april naar www.geenpretjezondertolk.be en steun de crowfundactie.